Weer en seizoenen
Rijden in mist: mistlampen, snelheid en afstand
Mist is verraderlijk: het ene moment rijd je in helder weer, het volgende zie je nog maar vijftig meter ver. Wie weet wat hij moet doen, komt veilig door een mistbank.
Wanneer is het mistig?
In Nederland komt mist vooral voor in de herfst en de winter, en in het voorjaar op heldere, windstille ochtenden. 's Nachts koelt de grond af en condenseert de vochtige lucht vlak boven de grond tot kleine waterdruppels. Mist ontstaat vaak eerst in laaggelegen gebieden, bij rivieren en in polders, en kan daar plaatselijk heel dicht zijn. Daarom rijd je soms in een paar honderd meter van helder zicht in een mistbank.
Het KNMI geeft een waarschuwing af bij dichte mist met een zicht van minder dan 200 meter. Bij heel dichte mist op grote schaal kan dat code oranje worden.
Welke verlichting gebruik je?
- Dimlicht aan. Ook overdag. Dagrijverlichting is niet genoeg, omdat je achterlichten daarmee vaak niet branden.
- Geen grootlicht. Het licht weerkaatst op de waterdruppels in de lucht. Je ziet dan juist minder, en je verblindt jezelf.
- Mistlampen voor: mag je gebruiken als het zicht ernstig beperkt is door mist, sneeuw of regen.
- Mistachterlicht: mag je alleen aanzetten als het zicht door mist of sneeuwval minder dan 50 meter is. Het felle rode licht verblindt anders de bestuurders achter je, en het verbergt je remlichten.
Een handige vuistregel voor de 50 meter: de hectometerpaaltjes langs de snelweg staan honderd meter uit elkaar. Zie je het volgende paaltje niet, dan is het zicht minder dan honderd meter; zie je nog niet eens de helft van die afstand, dan zit je onder de 50 meter. Wordt het zicht weer beter, zet het mistachterlicht dan ook weer uit.
Hoe hard rijd je in mist?
De belangrijkste regel: rijd zo dat je binnen de afstand die je kunt overzien tot stilstand kunt komen. Bij 50 meter zicht is dat veel langzamer dan je gewend bent, vaak niet harder dan 50 of 60 km/u. Laat je niet opjagen door auto's die harder rijden.
De matrixborden boven de weg tonen bij mist vaak een lagere snelheid. Houd je daaraan. Het systeem meet waar het verkeer stilstaat, en bij mist kan een file plotseling achter een muur van grijs opduiken. Zie matrixborden.
Afstand houden
Bij mist zie je de remlichten van je voorganger pas laat. Houd daarom ruim afstand, veel meer dan de gebruikelijke twee seconden. Ga ook niet vlak achter een auto hangen om "zijn achterlichten te volgen". Als hij remt of de weg kwijtraakt, rijd jij er recht achteraan. Lees meer in afstand houden.
Blijf op je rijstrook
Wissel in mist zo weinig mogelijk van rijstrook. Je ziet auto's op andere stroken pas laat, en zij zien jou ook pas laat. Rijd bij voorkeur op de rechterstrook, met de belijning als houvast. Inhalen doe je alleen als het echt moet.
Kettingbotsingen
Bij dichte mist op de snelweg gebeuren soms kettingbotsingen. Eén auto remt, de volgende ziet het te laat, en zo raken tientallen auto's betrokken. Kom je in een stilstaande file of zie je een ongeluk:
- Zet direct je alarmlichten aan.
- Rem zo goed als het gaat, met ruimte voor je.
- Stap, als het veilig kan, uit en ga achter de vangrail staan. In een auto op de rijbaan ben je bij mist extra kwetsbaar.
- Bel 112 en geef je locatie door met een hectometerpaaltje. Zie hectometerpaaltjes.
Je ruiten
In mist slaat de binnenkant van je voorruit snel aan. Zet de ventilatie op de voorruit, schakel de airco in (die droogt de lucht) en zet de luchtrecirculatie uit. Maak voor vertrek de ruiten, spiegels en lampen schoon.
Ook bij regen en sneeuw
Veel van deze regels gelden ook bij zware regen of sneeuwval. Bij regen mag je je mistachterlicht niet gebruiken, behalve als het zicht door sneeuwval minder dan 50 meter is. Zie voor winterse omstandigheden ook gladheid en sneeuw op de snelweg.
Moet je wel vertrekken?
Bij code oranje voor dichte mist is de vraag of je echt weg moet. Mist trekt vaak in de loop van de ochtend op. Kun je een uur later vertrekken, dan rijd je meestal in veel betere omstandigheden. Kijk voor vertrek ook naar de actuele files: bij mist ontstaan meer files, vooral rond de ochtendspits.
Samengevat
Dimlicht aan, geen grootlicht, mistachterlicht alleen onder de 50 meter zicht, snelheid zo laag dat je binnen je zicht kunt stoppen, veel afstand en zo min mogelijk van strook wisselen. Zo kom je ook door een dichte mistbank veilig heen.
