Pech, ongeluk en veiligheid

Veilig door een tunnel: wat te doen bij file, pech of brand

Door Muhammad Ehsaan · Bijgewerkt op

Nederland heeft tientallen tunnels onder rivieren en kanalen. Ze zijn veilig ingericht, maar een tunnel vraagt wel om ander gedrag dan de open weg, zeker als er iets misgaat.

Waarom tunnels extra regels hebben

In een tunnel is de ruimte beperkt. Er is meestal geen vluchtstrook, het zicht verandert bij het in- en uitrijden en bij brand kan rook zich snel verspreiden. Daarom worden Nederlandse tunnels voortdurend bewaakt door een verkeerscentrale, met camera's, sensoren en luidsprekers. Bij een probleem gaat de tunnel of een tunnelbuis snel dicht.

Op File-info zie je bij tunnels welke tunnels nu dicht zijn of waar het druk is. Bekende voorbeelden zijn de Coentunnel, de Beneluxtunnel en de Velsertunnel.

Inrijden en doorrijden

  • Dimlicht aan, ook overdag. Doe je zonnebril af voor je de tunnel in rijdt.
  • Houd afstand. Minstens de gebruikelijke twee seconden, bij file meer.
  • Niet stoppen, keren of achteruitrijden. Dat is in een tunnel verboden, behalve in noodgevallen.
  • Niet van rijstrook wisselen als dat niet nodig is. In veel tunnels mag het niet, aangegeven met een doorgetrokken streep.
  • Houd je aan de snelheid. In veel tunnels geldt een lagere maximumsnelheid en wordt er gecontroleerd.

Rood licht of slagboom

Staat er een rood licht of gaat de slagboom dicht voor de tunnel, stop dan. De tunnel is dicht. Vaak duurt dat maar een paar minuten, bijvoorbeeld omdat een te hoge vrachtwagen werd gedetecteerd die eerst uit de rij moet worden gehaald. Bij een ongeluk of brand kan het langer duren. Volg de aanwijzingen van borden, weginspecteurs en politie.

Een vrachtwagen die te hoog is, is in Nederland een bekende oorzaak van tunnelafsluitingen. Rijd je zelf met een hoge lading, een camper of een bus, let dan op de maximale doorrijhoogte op de borden.

File in de tunnel

Sta je stil in een tunnel?

  1. Zet je alarmlichten aan.
  2. Houd minstens vijf meter afstand tot je voorganger, zodat hulpdiensten erlangs kunnen en je zelf kunt uitwijken.
  3. Zet je motor af als je langer stilstaat.
  4. Luister naar de radio en de omroepberichten in de tunnel. In een aantal tunnels kan de verkeerscentrale ook op de radio inbreken.

Pech in een tunnel

  1. Zet je alarmlichten aan.
  2. Probeer een pechhaven of de rechterkant van de tunnel te bereiken.
  3. Zet de motor uit en laat de sleutel in het contact of de auto ontgrendeld, zodat hulpverleners hem kunnen verplaatsen.
  4. Trek een veiligheidsvest aan en loop naar een hulppost. Die herken je aan een bord met een telefoon en een brandblusser. Van daaruit heb je direct contact met de verkeerscentrale.
  5. Volg de aanwijzingen die je krijgt.

Bel ook 112 als er gevaar is. Geef de naam van de tunnel, de rijrichting en het nummer van de hulppost door als je die ziet. Lees ook pech op de snelweg.

Brand of rook

Bij brand in een tunnel tellen minuten. Het belangrijkste is dat je jezelf in veiligheid brengt; je auto is niet belangrijk.

  1. Stop zo ver mogelijk rechts. Niet keren of achteruitrijden.
  2. Motor uit, sleutel in het contact, deur niet op slot.
  3. Uitstappen met iedereen die in de auto zit. Neem niets mee wat je ophoudt.
  4. Loop naar een nooduitgang. Die zijn aangegeven met groene borden met een pijl en de afstand tot de dichtstbijzijnde uitgang in beide richtingen. Kies een uitgang die van de rook af ligt.
  5. Volg de omroep en de aanwijzingen. Achter de nooduitgang ben je in een veilige ruimte of in de andere tunnelbuis, waar het verkeer dan is stilgezet.

Is de brand klein en kun je veilig bij een brandblusser, dan mag je proberen een beginnende brand in je eigen auto te blussen. Doe dat alleen als je de weg naar de nooduitgang vrij houdt.

Gevaarlijke stoffen

Voor sommige tunnels gelden beperkingen voor vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals brandbare gassen of vloeistoffen. Dat zie je aan oranje borden met een letter voor de tunnelcategorie. Voor gewone personenauto's met een reservejerrycan heeft dat meestal geen gevolgen, maar wie beroepsmatig gevaarlijke stoffen vervoert, moet de route daarop afstemmen.

Tunnels en files

Tunnels zijn vaak knelpunten. Bij het inrijden remmen bestuurders onbewust af, en bij het uitrijden gaat de weg vaak bergop, waardoor vooral vrachtwagens snelheid verliezen. Daardoor ontstaan er rond tunnels vaker files. Lees meer in hoe ontstaat een file. Is een tunnel dicht, kijk dan op de pagina afsluitingen en kies met de routeplanner een andere route of een andere oeververbinding.

Samengevat

Dimlicht aan, afstand houden, niet stoppen of keren. Bij file: alarmlichten en vijf meter afstand. Bij pech: pechhaven, sleutel laten zitten, hulppost. Bij brand: motor uit, eruit en naar de groene nooduitgang, weg van de rook.

Veelgestelde vragen

Wat doe je bij brand in een tunnel?

Stop rechts, zet de motor uit en laat de sleutel zitten. Stap uit met iedereen en loop naar de dichtstbijzijnde groene nooduitgang die van de rook af ligt.

Waarom gaat een tunnel soms kort dicht?

Vaak omdat een te hoge vrachtwagen is gedetecteerd die eerst uit de rij moet. Ook bij pech, een ongeluk of onderhoud kan een tunnel of tunnelbuis dicht gaan.

Hoeveel afstand houd je in een tunnel als je stilstaat?

Minstens vijf meter tot je voorganger, zodat hulpdiensten erlangs kunnen en je zelf kunt uitwijken.

Live op File-info