Pech, ongeluk en veiligheid
Pech op de snelweg: stap voor stap wat je moet doen
Pech op de snelweg is schrikken. De eerste minuten zijn het gevaarlijkst. Wie weet wat hij moet doen, blijft rustig en komt veilig thuis.
De eerste seconden: auto uit de rijbaan
Merk je dat er iets mis is, zoals een rare klap, een waarschuwingslampje of een motor die inhoudt? Probeer dan zo snel mogelijk uit de rijbaan te komen.
- Zet je alarmlichten aan. Meteen, zodat het verkeer achter je weet dat er iets aan de hand is.
- Ga naar rechts. Rijd naar de vluchtstrook, of nog beter naar een afrit, parkeerplaats of tankstation als je dat nog haalt. Met een lekke band rijd je liever een paar honderd meter langzaam door naar een veilige plek dan dat je midden op de vluchtstrook stopt.
- Zet de auto zo ver mogelijk rechts. Op de vluchtstrook zo dicht mogelijk bij de vangrail of de berm, met de wielen recht.
Is er een spitsstrook open en dus geen vluchtstrook? Probeer dan een nothaven te bereiken. Lees meer over spitsstroken.
Uitstappen: altijd aan de veilige kant
Een stilstaande auto op de vluchtstrook is kwetsbaar. Elk jaar worden er auto's op de vluchtstrook aangereden. Blijf daarom niet in je auto zitten.
- Stap aan de rechterkant uit, aan de kant van de berm. Ook de bestuurder: schuif over naar de bijrijderskant.
- Trek een veiligheidsvest aan. In Nederland is een vest niet verplicht, maar het is wel sterk aan te raden. Leg het binnen handbereik, niet in de kofferbak.
- Ga achter de vangrail staan, met iedereen die in de auto zat. Ook kinderen en huisdieren gaan mee, aangelijnd. Is er geen vangrail, ga dan zo ver mogelijk de berm in, een stuk achter je auto.
- Ga niet op de rijbaan lopen, ook niet om iets uit je auto te halen.
De gevarendriehoek
In Nederland is een gevarendriehoek niet verplicht in de auto. Op de snelweg is het neerzetten ervan ook niet zonder risico: je moet dan langs de rijbaan teruglopen. Doe het alleen als je dat veilig kunt doen, bijvoorbeeld als je auto na een bocht staat en het verkeer je slecht ziet. In veel andere landen is een gevarendriehoek wel verplicht; zie met de auto naar Duitsland.
Wie bel je?
Dat hangt af van de situatie.
- Staat je auto op een rijstrook of is er gevaar? Bel 112. Dat geldt ook als je auto op een plek staat waar hij niet goed zichtbaar is, bijvoorbeeld in een tunnel of op een open spitsstrook.
- Staat je auto veilig op de vluchtstrook en is er niemand gewond? Bel je pechhulp. Het nummer staat meestal op je pas, in de app van je pechhulpdienst of in je verzekeringspapieren.
- Heb je geen pechhulp? Ook dan kun je een berger of hulpdienst laten komen, maar reken op hogere kosten.
Op de snelweg komt vaak ook een weginspecteur van Rijkswaterstaat langs. Die zet je auto af met een geel voertuig met pijlen en zorgt dat het verkeer om je heen wordt geleid. Volg zijn aanwijzingen op.
Waar ben je precies?
Een hulpdienst moet je snel kunnen vinden. Kijk naar het dichtstbijzijnde hectometerpaaltje langs de weg. Daarop staat het wegnummer en een getal, bijvoorbeeld A2 en 45,3. Noem ook de rijrichting. Hoe dat precies werkt, lees je in de gids over hectometerpaaltjes.
Zelf repareren?
Een band verwisselen op de vluchtstrook is gevaarlijk, zeker als het wiel aan de kant van de rijbaan zit. Doe het alleen als je ver genoeg van het verkeer af staat en het rustig is. In de meeste gevallen is het veiliger om de pechhulp te laten komen of langzaam door te rijden naar de eerstvolgende afrit of parkeerplaats.
Dat geldt ook voor andere reparaties. Open de motorkap alleen als je weet wat je doet en als je niet tussen je auto en het verkeer hoeft te staan.
Bergen en wegslepen
Kan je auto niet snel weg en hindert hij het verkeer, dan kan Rijkswaterstaat of de politie een berger laten komen. Op de snelweg gebeurt dat via een landelijke regeling, zodat de weg snel weer vrij is. Wie de kosten betaalt, hangt af van de situatie en je verzekering. Je pechhulp kan je daar meestal bij helpen.
Voorkomen is beter
Veel pech is te voorkomen met een korte controle voor een lange rit:
- Banden: spanning en profiel. Een te zachte band wordt warm en kan klappen.
- Brandstof of accu: vertrek niet met een bijna lege tank. Bij een elektrische auto: plan je laadstops. Zie ook elektrische auto in de file en bij kou.
- Vloeistoffen: koelvloeistof en olie, vooral voor een lange rit in de zomer.
- Lampjes: brandt er een waarschuwingslampje, laat het eerst controleren.
Wat je in je auto wilt hebben
- Een veiligheidsvest per inzittende, binnen handbereik.
- Een opgeladen telefoon en het nummer van je pechhulp.
- Water en iets warms in de winter, zoals een deken.
- Een zaklamp.
Pech in een tunnel
In een tunnel gelden aparte regels. Zet je auto zo ver mogelijk rechts of in een pechhaven, zet de motor uit en laat de sleutel zitten. Ga naar een hulppost of nooduitgang en volg de aanwijzingen via de luidsprekers. Lees verder in veilig door een tunnel.
