Verkeersregels op de snelweg
Ritsen: zo voeg je goed in bij een versmalling
Bij een rijstrook die ophoudt, ontstaat vaak irritatie: de een sluit braaf vroeg aan, de ander rijdt door tot het eind. Toch is doorrijden tot het eind en dan om en om invoegen precies de bedoeling.
Wat is ritsen?
Ritsen is de manier van invoegen waarbij twee rijen auto's om en om samenkomen, zoals de tandjes van een rits. Het gebeurt op de plek waar een rijstrook eindigt: bij wegwerkzaamheden, bij een versmalling van drie naar twee stroken of aan het einde van een invoegstrook in druk verkeer.
Het idee is simpel. Beide rijstroken worden tot het einde gebruikt, en op het punt waar de strook ophoudt, laat de doorgaande rij steeds één auto voor zich invoegen. Zo blijft de file korter en loopt het verkeer gelijkmatiger door.
Wat zegt de wet?
In de Nederlandse verkeersregels staat het woord ritsen niet. Wel staat erin dat je voorrang moet verlenen aan het verkeer op de rijstrook waar je naartoe gaat. Wie van een eindigende strook naar een doorgaande strook wisselt, moet dus in principe het verkeer op die strook voor laten gaan.
Tegelijk vragen Rijkswaterstaat, de ANWB en de politie al jaren om bij drukte te ritsen. Op veel plekken met werkzaamheden staat ook een bord met de tekst "ritsen" of een pictogram. De praktijk is dus: degene die invoegt moet zich aanpassen, en het doorgaande verkeer maakt ruimte. Niemand heeft het recht om een gat dicht te rijden om een invoeger te blokkeren.
Waarom ritsen aan het eind beter werkt
Veel mensen vinden het onbeleefd om door te rijden tot het eind van een strook die ophoudt. Het voelt als voordringen. Toch werkt vroeg aansluiten slechter, om twee redenen:
- De file wordt langer. Als iedereen al een kilometer voor de versmalling naar één strook gaat, staat er over die kilometer maar één rij auto's in plaats van twee. De file groeit dan twee keer zo snel naar achteren en blokkeert eerder afritten en knooppunten.
- Het geeft onrust. Als een deel van de bestuurders vroeg invoegt en een ander deel doorrijdt, ontstaat er gedrang. Er wordt bumper aan bumper gereden om niemand ertussen te laten, en er wordt hard geremd. Dat geeft juist meer kans op kop-staartbotsingen.
Als iedereen tot het eind doorrijdt en daar om en om invoegt, rijdt iedereen ongeveer even snel. De file is korter, rustiger en eerlijker.
Zo rits je goed
- Rijd door tot het eind van de strook. Blijf op je rijstrook, ook als die strook rustiger lijkt. Pas je snelheid aan op die van de rij ernaast.
- Geef tijdig richting aan. Zet je richtingaanwijzer aan zodra duidelijk is waar je gaat invoegen, niet pas op het allerlaatste moment.
- Zoek één gat en voeg in. Kies de auto waar je achter gaat rijden en sluit aan. Niet duwen, wel duidelijk zijn.
- Rijd je op de doorgaande strook, laat dan één auto voor. Houd een kleine ruimte voor je vrij zodat de invoeger erin past. Na die ene auto is de volgende invoeger weer aan de beurt bij de auto achter je.
- Bedank en rijd door. Een kort handgebaar helpt de sfeer. Na het invoegen rustig doorrijden, niet direct weer van strook wisselen.
Wanneer rits je niet?
Ritsen is bedoeld voor druk, langzaam rijdend verkeer. Rijdt het verkeer nog op snelheid, dan voeg je gewoon in zodra er een veilig gat is, en dat kan ook al voor het einde van de strook. Wacht dan niet tot het laatste moment, want bij hoge snelheden is een volle strook aan het einde gevaarlijk.
Ook bij een invoegstrook van een oprit geldt dat je bij normaal verkeer gebruikmaakt van de hele strook om op snelheid te komen, en dan invoegt waar ruimte is. Meer daarover lees je in de gids over invoegen op de snelweg.
Meest gemaakte fouten
Een gat dichtrijden
Wie bewust tegen de bumper van zijn voorganger aan kruipt om niemand ertussen te laten, maakt de situatie alleen maar onrustiger. Bovendien is het gevaarlijk: met een halve meter afstand kun je bij een remmende voorganger niet meer op tijd stoppen.
Op de vluchtstrook of over de doorgetrokken streep
Soms proberen bestuurders een stuk file te ontwijken door over de vluchtstrook of over een afgestreept vak te rijden. Dat mag niet en is gevaarlijk. De vluchtstrook moet vrij blijven voor hulpdiensten en pechgevallen; lees daarover de gids over de vluchtstrook.
Te vroeg stoppen
Een auto die aan het eind van de eindigende strook helemaal stilstaat en wacht, houdt de hele rij erachter op. Blijf rustig doorrollen in het tempo van de rij naast je, dan ontstaat het gat vanzelf.
Ritsen bij wegwerkzaamheden
Bij werkzaamheden wordt een rijstrook vaak met pijlen, bebakening en een matrixbord afgesloten. Daar is ritsen extra belangrijk, omdat de capaciteit van de weg al lager is. Kijk bij een lange rit vooraf bij wegwerkzaamheden of er op je route een versmalling is. Dan weet je wat je kunt verwachten en kun je eventueel een andere route of tijd kiezen. Zie ook de gids rijden door wegwerkzaamheden.
